Atleten met fysieke beperkingen gebruiken aangepast materiaal, zoals een mono-ski (zitski) of orthopedische hulpmiddelen.

90

Beschrijving alpineskiën

Atleten met fysieke beperkingen gebruiken aangepast materiaal, zoals een mono-ski (zitski) of orthopedische hulpmiddelen. Skiërs met een visuele beperking maken tijdens de wedstrijd gebruik van een begeleider, die aangeeft welke route de atleet moet volgen.

Net als bij het gewone alpineskiën kent het alpineskiën voor mensen met een beperking vier hoofdonderdelen: de afdaling, de slalom, de reuzenslalom en de super-G. Daarnaast is er een combinatie van disciplines.

  • Afdaling: de skiërs moeten een lang en steil parkoers afleggen, inclusief bochten en sprongen. Er staat slechts een beperkt aantal poortjes op het parkoers, die dienen als tijdmeetpunt. Skiërs die een poortje missen worden gediskwalificeerd. Elke atleet mag slechts één poging doen; degene die het kortst over de afdaling doet, wint de wedstrijd.
  • Slalom: de slalom is een technisch onderdeel. Het parkoers is korter dan bij andere alpineski-onderdelen, maar het aantal poortjes is hoger: 55 to 75 bij mannenwedstrijden en 40 tot 60 bij vrouwen. De straf voor het missen van een poortje is diskwalificatie. Elke atleet moet twee verschillende parkoersen afleggen op de wedstrijddag; degene die de kortste cumulatieve tijd neerzet, wint de wedstrijd.
  • Reuzenslalom: de reuzenslalom is eveneens een technisch onderdeel. Het parkoers van de reuzenslalom is langer dan dat van de slalom, maar het bevat minder bochten die bovendien minder scherp zijn. Het aantal poortjes is afhankelijk van het hoogteverschil van het parkoers. De straf voor het missen van een poortje is diskwalificatie. Elke atleet moet op de wedstrijddag twee verschillende parkoersen afleggen; degene die de kortste cumulatieve tijd neerzet, wint de wedstrijd.
  • Super-reuzenslalom (super-G): de super-G is een snelheidsonderdeel. Het parkoers is korter dan de afdaling maar langer dan dat van de slalom en de reuzenslalom. Het aantal poortjes is afhankelijk van het hoogteverschil, met een minimum van 35 bochten voor mannen en 30 voor vrouwen. De poortjes staan minstens 25 meter uit elkaar. Skiërs die een poortje missen worden gediskwalificeerd. Elke atleet mag slechts één poging doen; degene die het kortst over de super-G doet, wint de wedstrijd.
  • Super-combinatie: dit onderdeel combineert twee disciplines, zoals een afdaling en een slalom, of een super-G en een slalom. Het eindresultaat is de opgetelde tijd van de twee onderdelen. De snelste wint. De super-combinatie is geen Paralympische discipline.

Op de Paralympische Spelen in 2006 werden deze onderdelen apart afgewerkt voor mannen en vrouwen, en voor staande skiërs, zitskiërs en visueel beperkten. In totaal waren er in Sestrière dus 24 alpineski-onderdelen.