Judo is een vechtsport die aan het eind van de negentiende eeuw is ontwikkeld in Japan. In een wedstrijd proberen twee atleten elkaar zonder te slaan, schoppen of stoten plat op de rug te gooien. Judo wordt op de Paralympische Spelen beoefend door mannen en vrouwen met een gezichtsbeperking.
Judoka's dragen een katoenen broek (zubon) en een jas (kimono) die door een band (obi) bijeen wordt gehouden. Tijdens wedstrijden van hoog niveau draagt de ene judoka een wit pak en de andere een blauw pak. Door dit onderscheid is de sport beter te volgen voor publiek en scheidsrechters.
De regels in het Paralympische judo verschillen nauwelijks van die van het Olympische judo. Het belangrijkste verschil is dat visueel gehandicapte judoka's bij de start van een gevecht elkaars kimono vastpakken.
Het judoën wordt gedaan op een mat of tatami die enigszins meegeeft, zodat zelfs als men er krachtig op valt er meestal geen letsel ontstaat. De techniek van het 'breken' (verzachten) van de val is een belangrijk onderdeel van judo. Bij het verlaten van de mat wordt de wedstrijd stilgelegd en moeten de judoka's opnieuw op de mat plaatsnemen.
De atleten komen uit in diverse gewichtsklassen. Bij de mannen zijn dat er zeven (- 60kg, -66kg, -73kg, -81kg, -90kg, -100kg en +100kg), bij de vrouwen zes (-48kg, -52kg, -57kg, -63kg, -70kg en +70kg).
Een judowedstrijd wordt gearbitreerd door een hoofdscheidsrechter en twee rechters arbitreren een wedstrijd van het Judo. Alle ambtenaren zijn van gelijke status en de vraag wordt beslist door stem. De hoofdscheidsrechter roept alle punten en sancties.
De puntentelling in het judo is als volgt:
- Een wedstrijd wordt gewonnen op ippon als een van de atleten de tegenstander op zijn rug heeft gegooid, of wanneer hij zijn tegenstander 25 seconden middels een houdgreep onder controle heeft. Ook wint men op ippon als de tegenstander zich bij een armklem of verwurging overgeeft door af te kloppen.
- Een worp die net niet perfect is geeft waza-ari. Een tweede waza-ari staat gelijk met een ippon en beëindigt dus ook de wedstrijd.
- Vloert men de tegenstander, maar valt deze op de zijkant van zijn lichaam, dan wordt dit beloond met yuko.
- Koka is de laagste score. Deze krijgt een judoka als de tegenstander bij een worp op de billen landt. Ook kan een judoka een koka als straf krijgen voor passiviteit.
Een judowedstrijd duurt maximaal vijf minuten. Een wedstrijd kan voortijdig worden beslist op ippon. Wanneer geen van beide judoka's een ippon heeft gemaakt, is degene die de meeste waza-ari's heeft gemaakt de winnaar. Is ook dat aantal gelijk, dan telt het aantal yuko's respectievelijk koka's.
Indien het aantal waza-ari's, yuko's en koka's gelijk is, wordt er verlengd. Wie het eerste een resultaat maakt wint. Wanneer het resultaat op het eind van deze golden score partij nog steeds 0-0 is, dan wordt de winnaar aangewezen door de scheidsrechters. De scheidsrechters letten dan op hoeveel elke judoka heeft aangevallen en wie de meeste inzet heeft getoond.